[go: up one dir, main page]

 
  • ro·zen
  •  roos zn  met de uitgang -en
enkelvoud meervoud
naamwoord rozen
verkleinwoord

de rozenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord roos
  2. meervoudsvorm als officiële benaming (bloemplanten) een geslacht Rosa op Wikispecies  bloemplanten die tot de rozenfamilie (Rosaceae op Wikispecies ) behoren. Het geslacht telt in het wild ongeveer 300 soorten. Daarnaast zijn er vele veredelde vormen (cultivars). De botanisch geziene schijnvrucht van de roos heet rozenbottel


100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020  Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be